Wat er gebeurt als het misgaat
Een ontwerp bewijst zichzelf pas als het misgaat. Hier staat wat er gebeurt bij crisis, oorlog, een kapotte kabel of een doorbraak in accutechniek.
Als de economie hard groeit of instort
Economische groei
Nu: groeit de economie, dan verstrekken banken meer leningen, komt er meer geld bij, en stijgen de prijzen mee.
Met CBER: kan er alleen geld bij als er stroom bij komt. Gebeurt dat niet, dan blijft de hoeveelheid geld gelijk terwijl er meer geproduceerd wordt. Dan dalen de prijzen langzaam: hetzelfde geld koopt meer. Dat beloont wie zuiniger produceert. Of het ook remt, is een open vraag die in onderzoek staat.
Recessie
Nu: droogt het krediet op, verdwijnt er geld uit het systeem en vallen bedrijven om die op zichzelf gezond waren.
Met CBER: kan geld niet verdampen, want het is geen krediet maar lading. En de basispuls loopt door: warmte, licht en een dak blijven staan, wat de markt ook doet. De luxe-economie krimpt, maar de bodem blijft waar hij ligt.
Iedereen wil tegelijk inwisselen
Nu: een bank heeft maar een fractie van de tegoeden liggen. Wie het eerst bij het loket staat krijgt zijn geld, de rest kijkt tegen een dichte deur aan, en juist die volgorde maakt rennen verstandig.
Met CBER: rennen levert geen betere koers op en ook geen voorrang. Iedereen wisselt in tegen dezelfde meterstand, en die stand verandert niet doordat mensen inwisselen. Wie al heeft ingewisseld en op levering wacht staat niet vooraan: gaat er in de tussentijd stroom verloren, dan wordt zijn aanspraak met dezelfde factor afgeschreven als het saldo van wie is blijven zitten. De eerste in de rij verliest dus evenveel als de laatste.
Wat wél een echte grens is, is natuurkunde. De reserve kan maar een bepaald vermogen tegelijk leveren, dus bij een piek ontstaat er een openbare wachtrij, en daarin gaat de Basispuls voor. En een run bij volle dekking is niet gratis: de munten kloppen daarna nog steeds, maar de accu's zijn leger, en dat merk je pas de eerstvolgende donkere periode. Precies daarom staat naast de dekkingsgraad hoeveel vermogen er tegelijk afroepbaar is, en op de tragere cadans van de wachtrij hoe lang de reserve het bij winterweer uithoudt.
Als de stroom uitvalt of er oorlog is
Oorlog of fysieke aanval
Wat er gebeurt: een vijand vernietigt of bezet een groot opslagstation.
Wat het systeem doet: de reserve is kleiner geworden en dat is meteen zichtbaar. De dekking zakt, de munt krijgt vanaf dat moment openbaar de status ondergedekt (in de volksmond: fiat), en de koers past zich aan.
Het verlies wordt in één keer verdeeld over iedereen die een aanspraak op die reserve heeft: houders van munten én mensen die al hebben ingewisseld en nog op levering wachten, met dezelfde afschrijvingsfactor. Wie net voor de aanval nog snel inwisselde, ontsnapt er dus niet aan. De dekkingsgraad blijft onder die verdeling exact gelijk: wat er verdwijnt is reserve, niet dekking.
Vanaf dat moment gaat het bijslaan van munten uit overdekking op slot. Elke kilowattuur die daarna binnenkomt dicht eerst het gat in plaats van een nieuwe munt te worden, en dat is precies waarom de garantie hierna weer terug kán komen. De getroffen regio wordt losgekoppeld en draait verder op wijkbatterijen en eigen opwek, zodat de basispuls daar overeind blijft. Het systeem liegt niet over de schade; het verdeelt hem.
Black-out (Stroomstoring)
Wat er gebeurt: het landelijke net valt helemaal uit.
Wat het systeem doet: elke wijk is gebouwd om ook alleen te kunnen draaien. De accu op de hoek blijft leveren, betalingen in de buurt gaan door, en de basispuls loopt lokaal verder tot het net terug is. Dit is precies het verschil met een saldo op een server elders: hier ligt je geld naast je in de straat.
Cyberaanval op het grootboek
Wat er gebeurt: hackers proberen metingen te vervalsen of saldi te veranderen.
Wat het systeem doet: elke meting is ondertekend door een verzegelde sensor en elk knooppunt controleert de regels zelf. Eén plek kraken levert dus niets op. En blijft er toch een verschil staan tussen wat het grootboek zegt en wat er echt ligt, dan gaat het automatisch de openbare alarmen in, tekenen de auditor en de getuigen ervoor, en gaat het naar de rechter. De sluitsteen is fysiek: je kunt een getal hacken, geen kilowattuur.
Als de techniek onder het systeem verschuift
Hyperinflatie van fiat-valuta
Wat er gebeurt: De euro of dollar devalueert in extreem tempo door monetaire verwatering.
Wat het systeem doet: CBER-munten behouden hun waarde omdat ze verankerd zijn in de fysieke kilowattuur. Op de internationale wisselmarkt zal de wisselkoers van de CBER ten opzichte van de devaluerende fiat-munt exponentieel stijgen. Burgers in het CBER-systeem merken de hyperinflatie alleen bij import uit fiat-landen; hun binnenlandse koopkracht en energietoegang blijven stabiel.
Energieoverschot of energietekort
- Energieoverschot: Bij een structurele overproductie van stroom (bijvoorbeeld door massale uitbreiding van zonneparken) stroomt er veel energie de reserve in. Zodra de opslagstations vol zijn, treedt de reserveplafonnering in werking. De bank stopt met het slaan van nieuwe claims voor extra opslag om verwatering te voorkomen. De overmatige energie wordt direct omgezet in publieke projecten of verhoogt het basisniveau van de Basispuls.
- Energietekort: Bij aanhoudende schaarste (bijvoorbeeld een extreem koude, windstille winter) slinkt de reserve. De bank beperkt de levering aan niet-essentiële luxesectoren. De waarde van de resterende CBER-claims op de wisselmarkt stijgt, wat import van energie uit gekoppelde buurlanden stimuleert.
Nieuwe batterijtechnologie
Wat er gebeurt: Er wordt een goedkope batterij uitgevonden met 98% efficiëntie en minimale zelfontlading.
Wat het systeem doet: Dit verlaagt de netwerkverliezen en de degradation rate. De lekkage-taks op Luxe-saldi daalt automatisch mee via de algoritmen van het open protocol. Het vasthouden van monetaire reserves wordt goedkoper, waardoor de Luxe-economie aan stabiliteit wint. CBER beloont deze technologische doorbraak direct door de monetaire infrastructuur efficiënter te maken.
Buitenlandse opkoop van stroomrechten
Wat er gebeurt: Een partij in Tokyo koopt grootschalig Nederlandse CBER-claims op.
Wat het systeem doet: De munt kent geen paspoort: een claim is een claim, en een buitenlandse koper die er een datacenter in Groningen op laat draaien is hetzelfde als een toerist die euro's uitgeeft. Er staan twee routes open: gebruiken waar de reserve is (bijna verliesvrij: de kWh wordt lokaal verbruikt, de munt verbrandt, claims en reserve dalen samen) of de stroom fysiek meenemen (mag ook, na saldering, tegen het volle gemeten transportverlies voor eigen rekening: over een oceaan verdampt een fors deel, en dat staat vooraf op de meter). Vrijwel iedereen kiest route één, vrijwillig. De burger is beschermd door wat nooit te koop is: de Basispuls staat buiten de markt, de reserveplafonnering begrenst de totale claims, oppotten kost lekkage, en de netaansluiting blijft binnenlandse infrastructuur. Sterker: elke buitenlandse aankoop betaalt via de transactietaks mee aan ieders basisplafond. Een koper uit Tokyo is geen lek maar een klant.