Skip to content

Het idee in het kort

Wie weinig tijd heeft, leest deze pagina. Hier staat het model op één scherm, zonder de onderbouwing die in de rest van het handboek volgt.


Waar het om draait

Bij de Centrale Bank van Elektriciteitsreserve is één munt gedekt door één kilowattuur die daadwerkelijk in een accu ligt. Geen belofte en geen koers, maar lading die een verzegelde meter kan aflezen.

Daarin verschilt hij van de euro. Die ontstaat wanneer een bank een lening verstrekt: uit het niets, gedekt door de belofte om terug te betalen. Een CBER-munt ontstaat wanneer er stroom de reserve in gaat, en verdwijnt wanneer die er weer uit komt.

Die volledige dekking is het doel, niet de huidige stand. Tot die tijd is een munt een aanspraak op een evenredig deel van de reserve, tegen de actuele dekkingsgraad. Hoe ver we zijn, leest u hieronder af.


Wat gebeurt er als de dekking verschuift

Volledig gedekt
gemeten in accu's en stuwmeren
alle claims die iemand in handen heeft
Dekkingsgraad
1.000
100% gedekt
🔌 Aan het stopcontact
1 CBER = 1.000 kWh
wat één munt echt levert
🛡️ Als eerste rennen helpt niet

Inwisselen gaat altijd tegen de actuele meterstand. Als eerste rennen geeft geen extra stroom: iedereen behoudt zijn exacte pro-rata aandeel.

Wat het oplevert

De geldpers kan niet stiekem aan. Meer geld betekent meer stroom in de accu's. Wie toch bijmaakt zonder stroom, ziet de dekkingsgraad zakken, en die staat in het openbaar. Elke uitgifte wordt bovendien per periode gepubliceerd als percentage van het totaal, met harde plafonds erop (ten hoogste 5 procent per noodmandaat en 10 procent per twaalf maanden) en een herstelpad dat de muntpers automatisch op slot zet zodra het niet wordt gehaald. Bijmaken kan dus wel, ongemerkt bijmaken niet.

Een bankrun verliest zijn angel. Een bank houdt vandaag slechts een fractie van de tegoeden aan. Vraagt iedereen tegelijk zijn geld op, dan blijkt het er niet te zijn. Hier wisselt iedereen in tegen dezelfde meterstand, dus de dekking verandert niet door inwisselen en rennen loont niet. Er wordt afgerekend tegen de eerstvolgende geauditeerde meterstand, nooit tegen een oude, en wie zijn munten al heeft ingewisseld en op levering wacht krijgt geen voorrang: zakt de geboekte reserve, dan wordt die wachtrij afgeschreven met dezelfde factor als de saldo's die wél meebetalen aan het lek (de Basispuls is lekvrij en draagt niets). Eén grens blijft fysiek, want kWh is geen kW: daarom staat naast de dekking hoeveel vermogen er tegelijk afroepbaar is, met een openbare wachtrij waarin de Basispuls voorgaat.

Niemand staat ooit bij iemand in het krijt. Geld ontstaat hier niet uit een lening, en dus bestaan leningen, afbetalingen en hypotheken ook niet. Je koopt iets, je huurt het, of je bouwt er stukje bij beetje eigendom in op. Restschuld kan niet, want je bent nooit iets schuldig.

Stilstaand geld loopt langzaam leeg. Accu's lekken, en elke omzetting onderweg kost ook iets. Dat is natuurkunde. In plaats van dat te verbergen rekent het systeem het door: alle gemeten verliezen samen worden van de luxe-saldo's afgeschreven, tegen één tarief dat niet gekozen wordt maar uit de meters rolt. Geld gaat daardoor eerder naar werk, handel of nieuwe opwek dan naar een rekening waar het stilstaat.


Twee soorten tegoed

De huishouding valt uiteen in twee stromen, die verschillend werken.

De BasispulsDe Luxe-capaciteit
Wat het isEen onvoorwaardelijk recht op stroom voor het dagelijks leven: warmte, licht, koken, wonenDe verhandelbare munt, voor alles daarbuiten
VerhandelbaarNee, en niet af te pakkenJa, vrij overdraagbaar
LevensduurLoopt als een kraan op vast tempo, spaart niet opBlijft staan, maar krimpt mee met alle gemeten netverliezen
Ontstaat doorToekenning aan iedere burger, betaald uit de inkoopmarge op nieuwe opslagNetto opslag van stroom, tegen de prijs uit de veiling

De woonlast loopt in datzelfde tempo mee, maar het geld gaat niet rechtstreeks naar je verhuurder. Dat koppelde jouw persoon, jouw adres en jouw betaalstroom aan elkaar, en verraadde je bestaansminimum aan de partij met de meeste macht over je. In de veldtest is het een energiekostengarantie op je eigen rekening, of, als je die niet hebt, een uitbetaling die alleen jij beheert. De volle huurgarantie is een einddoel (de Horizon): hij gaat pas aan zodra de dekking hem draagt. In de opbouwfase is de vorm een energiekostengarantie of een eurosubsidie met kWh-indexatie; de Basispuls per dag blijft ongewijzigd.

Die garantie is een plicht jegens de bewoner, geen bezit van de verhuurder. Die heeft dus geen toegezegde inkomstenstroom in handen die hij kan verkopen of verpanden: hij ontvangt zolang hij iemand huisvest, en niet langer.


Watt voor watt

Voor een huishouden komt het hierop neer. Nu gaat het zonne-overschot naar de energiemaatschappij, u krijgt centen, en 's avonds koopt u diezelfde stroom duur terug: twee keer door de euro, met een tolpoort ertussen. In CBER wordt dat overschot rechtstreeks verrekend met de buren. Watt voor watt, zonder valutasprong.


Hoe het ingevoerd zou worden

Niet in één klap. Het systeem kan naast de euro meegroeien.

Fase 0, opbouwen. Er wordt een publieke reserve aangelegd en de dekkingsgraad is openbaar te volgen. De munt draait mee als gewone fiat-munt naast de euro, terwijl de dekking van nul af aan klimt. Inwisselen kan nog niet, en dat staat er ook bij.

Fase 1, garantie. Bij volledige dekking gaat de bestaansgarantie aan: vanaf dat moment is elke munt inwisselbaar tegen stroom uit de reserve.

Fase 2, over de grens. Landen die dezelfde dekking en dezelfde basispuls hanteren, kunnen hun reserves administratief koppelen voor onderlinge handel.


Het 10-Jarige Groeipad

Fase 0 → Fase 3
Fase 0: Meter + ParkJaar 0-1Fase 1: GemeentepilotJaar 1-3Fase 2: ProvincieschaalJaar 3-7Fase 3: Infrastructuur StaatJaar 7-10

Fase 0: Meter + Park (Fase 0) (Jaar 0-1)

Start met 1 lokaal zonnepark en buurtaccu. Dekkingsgraad klimt van 0% gestaag richting 1:1 dekking. Het eindbeeld in het klein.

Wie het beheert

De reserve ligt bij de mensen zelf. Thuisbatterijen en elektrische auto's worden via een open koppeling verhuurd aan de centrale bank. Wie meedoet beheert een stukje van de reserve en ontvangt daarvoor een vergoeding. De opslag staat dus niet in één kluis, maar verspreid over duizenden schuurtjes en garages.

Het klopt, en dat is te controleren. Het grootboek publiceert systeemniveaus en nooit accountniveaus: jouw saldo, jouw betalingen en jouw plek in een wachtrij komen er in geen enkele vorm in, ook niet pseudoniem. Van je eigen mutaties krijg je een privébewijs dat ze goed zijn meegeteld. Op de schaal van een dorp kan een gewoon lid de sommen niet zelf narekenen (de reeksen die dat mogelijk maken wijzen precies de mensen aan die ze zouden moeten beschermen), dus dat doen een onafhankelijke auditor en medeondertekenende getuigen. Wanneer de volledige publieke narekenbaarheid terugkeert hangt niet af van een aantal deelnemers maar van de spreiding van het bezit: pas als de grootste anonieme bezitspost twaalf maanden lang onder een vaste drempel blijft.

De spelregels veranderen langzaam. Aanpassingen aan tarieven of aan de omvang van de basispuls verlopen via een trage, openbare procedure en vervallen automatisch als niemand ze verlengt. Dat maakt het lastig om er stilletjes iets doorheen te duwen.

De bank beheert de mens, en de mens beheert de bank.