Skip to content

Wat we weten, denken en niet weten

Hier staat wat we kunnen onderbouwen, wat we vermoeden, en wat we simpelweg niet weten. Die drie door elkaar halen is de makkelijkste manier om een goed idee ongeloofwaardig te maken, dus ze staan hier apart.


Wat al bewezen is

Een paar onderdelen zijn geen aanname maar bestaande praktijk. Die hoeven we niet te verdedigen, alleen te gebruiken.

Stroom nauwkeurig meten en toewijzen kan al. Netbeheerders meten per kwartier wat er in en uit gaat. En het bestaande systeem van groenestroomcertificaten laat zien dat je claims kunt toewijzen op stroom die fysiek allang door elkaar is gelopen. Precies dat doen wij, alleen met opslag erbij.

Duizenden thuisbatterijen samen aansturen kan ook al. Dat gebeurt vandaag commercieel om het net in balans te houden. De techniek om accu's in schuurtjes als één geheel te bedienen hoeft niet meer uitgevonden te worden.


Wat we vermoeden maar niet weten

Gaat de economie niet op slot? Als de geldhoeveelheid vastzit aan de reserve terwijl de economie groeit, dalen de prijzen. Milde daling zou tot zuiniger omgaan met spullen leiden. Maar het kan ook zijn dat mensen hun aankopen uitstellen omdat het morgen goedkoper is, en dan valt de boel stil. Dat weten we niet.

Vluchten mensen weg voor het lek? Het idee is dat een krimpend saldo geld in beweging brengt. Maar mensen kunnen ook simpelweg naar de euro uitwijken en hun CBER alleen gebruiken als het moet. Dan lekt niet het geld maar het draagvlak weg.

Werkt meekijken, of wordt het benauwend? Het model rekent erop dat openheid verspilling remt zonder dat er gehandhaafd hoeft te worden. Maar sociale controle heeft een keerzijde: waar het omslaat in bemoeizucht of uitsluiting, is een open vraag die wij niet vanachter een bureau kunnen beantwoorden.


Hoe je dit zou kunnen uitproberen

Je hoeft geen land om te bouwen om dit te toetsen. Het kan in drie stappen, elk groter dan de vorige.

  1. Simulatiestudies (Agent-Based Modeling): Het bouwen van computermodellen waarin duizenden autonome agenten (huishoudens, bedrijven en de bank) interageren op basis van de CBER-regels. Dit kan de monetaire en energetische stromen simuleren onder diverse economische scenario's.
  2. Lokale coöperatieve pilot (Provincieschaal): Een kleinschalig experiment binnen een wijk of gemeente, gefinancierd door een lokale coöperatie. Deelnemers ontvangen een administratief energie-basisbudget (Basispuls). Meten gebeurt op de bestaande slimme meters, maar uitbetalen niet: de vloer gaat als energiekostengarantie naar de rekening van de deelnemer zelf, of, als die geen eigen contract heeft, als een uitbetaling die hij alleen zelf beheert. Dit valideert de administratieve werking van de woonwaterval en de transactietaks in het klein.
  3. Thuisbatterij-integratie: Een technische pilot waarbij een groep van 100 huishoudens met thuisbatterijen en zonnepanelen wordt gekoppeld aan een lokaal netwerk. Hierbij wordt de omgekeerde veiling voor capaciteitsverhuur live getest.

Cijfers waarmee je kunt rekenen

Wie zo'n simulatie wil bouwen, hoeft niet bij nul te beginnen. Deze gegevens liggen er al:

  • Netbeheerderdata (o.a. ENTSO-E): Realtime en historische data over elektriciteitsproductie, netbelasting, transportverliezen en stroomprijzen in Europa.
  • Huishoudelijk energieverbruik: Geanonimiseerde slimme-meterdata van diverse netbeheerders om het verbruiksprofiel per huishouden en per seizoen te kalibreren. De meting loopt per huishouden (de meter hangt aan het huis), maar de Basispuls zelf is per persoon: omrekening via de huishoudgrootte.
  • Batterijdegradatiedata: Wetenschappelijke datasets over de slijtage van lithium-ion- en flow-batterijen onder wisselende laadcycli, noodzakelijk voor het berekenen van de slijtagevergoeding en de lekkageparameters.
  • Historische monetaire experimenten: Data van eerdere demurrage-experimenten (zoals het Wörgler Währungsexperiment in de jaren '30) om consumentengedrag onder een slinkende geldvoorraad te modelleren.

5. Het tien-jaar-pad

De recente verzwaringen van het model (de woonwaterval, de progressieve taks, het afhankelijkheidsplafond, de concentratiemeter) veranderen niets aan de haalbaarheid: het is grootboek-software en beleid, de goedkoopste soort onderdeel. De dure delen blijven opslag en politieke wil. Een realistisch decennium:

  • Jaar 0 tot 1: Fase 0. Eén batterijpark onder contract, één openbare dekkingsmeter, het open grootboek live. Hiervoor is geen toestemming nodig die er niet al is.
  • Jaar 1 tot 3: de gemeentepilot. Een persoonsgebonden basisbudget voor duizenden huishoudens via de bestaande slimme meters, met de taks en de woonwaterval administratief in het klein.
  • Jaar 3 tot 7: provincieschaal. Burgerbatterij-verhuur via de omgekeerde veiling; aggregators orkestreren vandaag al duizenden thuisaccu's, dus dit is integratiewerk, geen onderzoek.
  • Jaar 7 tot 10: de infrastructuur staat. Alle mechanieken draaien, de garantie staat aan voor de pilotschaal, en de nationale meter klimt openbaar op het tempo van de bouw.

Het 10-Jarige Groeipad

Fase 0 → Fase 3
Fase 0: Meter + ParkJaar 0-1Fase 1: GemeentepilotJaar 1-3Fase 2: ProvincieschaalJaar 3-7Fase 3: Infrastructuur StaatJaar 7-10

Fase 0: Meter + Park (Fase 0) (Jaar 0-1)

Start met 1 lokaal zonnepark en buurtaccu. Dekkingsgraad klimt van 0% gestaag richting 1:1 dekking. Het eindbeeld in het klein.

Wat er ná die tien jaar nog niet is: een hele nationale geldhoeveelheid op 1:1. Dat blijft decennia, en dat hoeft ook niet: Fase 0 naast de euro ís het eindbeeld in het klein.

Wat er af moet zijn vóór de eerste deelnemer

Het pad hierboven gaat over geld en opslag. Er staat een tweede lijst naast, en die is korter maar harder: zonder deze punten mag er niemand worden ingeschreven. Ze komen uit de gegevensbeschermingseffectbeoordeling en uit de regelset zelf, en ze zijn geen van alle af.

  • Een geaccrediteerde instantie is gecontracteerd, ten minste één per regio die voor een deelnemer bereikbaar is, en twee waar de route er twee vraagt. Zij zet de veiligheidsmarkering en zij attesteert voor wie de buurt niet veilig kan vragen. Dit is de zwaarste papieren maatregel in het dossier: de route draagt het bestaansminimum van mensen die de gemeenschapsroute niet kunnen gebruiken, en er is nog geen instantie gevraagd.
  • De uitbetaling zonder aansluiting is geregeld en één keer van begin tot eind doorlopen, niet beschreven. Wie vlucht heeft meestal geen eigen energiecontract, en de energiecomponent van de vloer vervalt dagelijks, dus zonder deze vorm is de vloer op dag nul nul.
  • De gesprekken met ervaringsdeskundigen zijn gevoerd, verwerkt en teruggekoppeld: vrouwenopvang of Veilig Thuis, een cliëntenraad in de bijstand, een straatadvocaat. Ophalen is niet genoeg; per punt hoort te staan wat ermee is gedaan, en bij elk punt dat niet is overgenomen waarom niet. Dit is de enige waarborg in het hele dossier waarvan de bron niet het project zelf is.
  • De vier cryptografische constructies zijn gebouwd en gemeten. Ze zijn tot nu toe als eigenschap opgeschreven en niet als bouwsel gekozen, en dat is het grootste gat tussen dit ontwerp en iets uitvoerbaars. Het gaat om: een bewijs dat je nog niet in de lijst staat zonder dat er iemand anders uit die lijst zichtbaar wordt; een kruiscontrole tussen gemeenschappen die maar één bit teruggeeft, aan één kant, waarin elke vraag aantoonbaar over iemand gaat die op dat moment aan de balie staat; een manier om de federatiebrede waarde te verversen zonder dat de persoon erbij hoeft te zijn; en een manier om een attestatie te controleren zonder te zien welke instantie hem gaf. Hiervoor is een bouwende cryptograaf nodig, geen lezende.
  • De effectbeoordeling is gevalideerd, door een ander dan de opsteller, en waar het restrisico hoog blijft is de voorafgaande raadpleging van de Autoriteit Persoonsgegevens afgerond, met publicatie van datum en uitkomst. Die raadpleging duurt in de praktijk maanden, dus zij staat vooraan op het kritieke pad en niet achteraan.

De tolerantie-ratel: ook de meettolerantie is een groeipad. De vloot start eerlijk op circa 1% meetonzekerheid en klimt openbaar naar beneden naarmate de meters beter worden. Er staat bewust geen vast eindgetal meer in de regels: het eindpunt is de meetonzekerheid van de meters zelf, want een doel dat onder je eigen meetfout ligt is geen doel maar een leugen. Ruimer meten mag, maar verlaagt onmiddellijk de gepubliceerde reserve, dus slordigheid kost je dekking. Het grootboek vermeldt simpelweg hoe nauwkeurig het vandaag is.

De bank beheert de mens, en de mens beheert de bank.