CBER HANDBOEK

Hoe het netwerk in elkaar zit ​

Vervanging door CBER is het streven. Parallel gebruik naast euro’s en andere munten is de realistische overgang voor nu. De deur maakt die overgang mogelijk; het uitgangspunt is dat ook gewone handel in CBER kan plaatsvinden.

De reserve is geen kluis. Ze ligt verspreid over accu's in schuurtjes, wijkbatterijen op straathoeken en industriële opslag bij de provincie. Dit hoofdstuk gaat over hoe dat aan elkaar hangt en wie er waarover gaat.

Bij een betaling vanuit de Basispuls gaat het bedrag van het beschikbare basisbudget van de betaler af. De ontvanger krijgt dat bedrag als luxemunt, vrij te bewaren, uit te geven of te verhandelen. Die ontvangen luxemunt vervalt niet aan het einde van de dag van de betaler. Bestaande fondsclaims gaan naar de ontvanger: de totale geldhoeveelheid en de energiereserve veranderen niet. Deze betaalroute is nog niet geïmplementeerd.

Binnen CBER, en de deur naar buiten ​

Binnen zit CBER zelf. De reserve dekt de munt. De rekenkern houdt saldi en betalingen bij. De bank regelt de Basispuls. Met zowel Basispuls als luxemunt mag je goederen en diensten betalen. Handel in CBER speelt zich dus gewoon binnen af.

De deur verbindt CBER met andere munten. Daar horen wisselkoersen, koop- en verkooporders en afwikkeling tegen bijvoorbeeld euro's. Je hoeft zelf geen energieproducent of energieafnemer te zijn om interesse in de munt te hebben en ermee te handelen.

Binnen is geen eurokoers nodig. Een CBER-betaling verandert wie de claims bezit; zij verbruikt geen energie. Het wisselen van een munt is iets anders dan fysieke energie afnemen.

De organisatieniveaus hieronder gaan over wie wat regelt, niet over munten. Zij zitten allemaal binnen.

Binnen CBER betaal je gewoon. Brood, huur, je accu laden, en loon als je dat afspreekt. Je gebruikt Basispuls of luxemunt, en er komt geen euro aan te pas.

Aan de deur wissel je van munt. Dat is alleen nodig als je CBER wilt omzetten in euro's, of andersom. Koper en verkoper spreken de koers af, en daar betaal je de heffing.

Federatie tussen CBER-coöperaties krijgt een eigen specificatie. De huidige rekenkern ondersteunt één gezamenlijke reserve; de grotere netwerkstructuur is ontwerp.


Drie organisatieniveaus, van je eigen schuur tot het land ​

De reserve ligt dicht bij het gebruik, in drie lagen: het land telt en controleert, de provincie bewaart de grote opslag, en de wijk en het huis vormen samen de grootste laag.

Uitwerking

Stroom over lange afstand verslepen kost stroom. Daarom ligt de reserve dicht bij waar hij gebruikt wordt, in drie lagen die op elkaar rusten:

Het land. Houdt de landelijke geldhoeveelheid bij, bewaakt de totale dekkingsgraad en controleert de provincies. Dit is administratie, geen opslag.

De provincie. De grote opslag: vliegwielen, waterbekkens, perslucht, flow-batterijen. Dit vangt de pieken en dalen van een hele regio op.

De wijk en het huis. De buurtbatterij op de hoek, jouw thuisaccu, de auto aan de laadpaal. Samen is dit de grootste laag, verspreid over duizenden adressen.

Van wijkaccu tot reserve

Ontwerp van het netwerk

Lokale Wijkaccu & Thuisbatterij: Fysieke stroom blijft maximaal lokaal. Directe invoeding en afname vinden plaats in jouw eigen wijk.


Wie doet wat ​

De bank meet en telt, en bezit niets. Provincies en coöperaties draaien de grote opslag. Mensen verhuren hun eigen accu en worden per interval betaald, zonder toegezegde inkomsten die je kunt doorverkopen.

Uitwerking

De bank meet en telt, en bezit niets. Ze stelt de regels bij, houdt de dekkingsgraad bij en registreert wat er in en uit gaat. De accu's zijn niet van haar: die huurt ze van provincies en van mensen. Een bank zonder kluis is lastiger te beroven en lastiger te kapen.

De provincies en coöperaties draaien de grote opslag. Zij spreken met de bank af hoeveel capaciteit ze beschikbaar stellen.

Mensen verhuren hun eigen accu. Wie een thuisbatterij of een elektrische auto heeft, kan ruimte beschikbaar stellen en krijgt daarvoor betaald, plus een vergoeding voor de slijtage. Je bent dan tegelijk klant en beheerder van de reserve.

Dat rekent per interval af: je stelt nu ruimte beschikbaar, je wordt nu betaald. Je krijgt dus geen toegezegde inkomsten voor de komende jaren die je zou kunnen doorverkopen. De veiling bepaalt de prijs, niet een tegoed. Wil je stoppen, dan stop je, en de betaling stopt mee (plichten wel, beloftes niet).


Wie controleert de controleurs ​

  • Het grootboek publiceert niveaus, geen levens: systeemgetallen zijn openbaar, iets per persoon nooit.
  • Zolang het bezit geconcentreerd is, rekenen een auditor, getuigen en een verificateur na; volledig publiek narekenen keert terug zodra de grootste post twaalf maanden onder de drempel blijft.
  • Buitenstaanders tekenen mee en slaan alarm, maar hebben geen knop.
  • Een gevonden fout gaat automatisch naar buiten, en elke blik in een dossier wordt gelogd en aan jou gemeld.
  • De bank meet en meldt; justitie oordeelt.
Uitwerking

Een bank die haar eigen huiswerk nakijkt, is geen bank maar een belofte. Daarom ligt het toezicht in lagen die elkaar niet nodig hebben:

Het grootboek publiceert niveaus, geen levens. Openbaar zijn systeemgetallen: de reserve, de dekkingsgraad, de vermogensdekking, de stromen per opslagstation (alleen samengevoegd), en elke betaling die de bank zelf doet. Nooit openbaar, in geen enkele vorm en ook niet pseudoniem: individuele saldi, transacties, afroepen, plaatsen in de wachtrij en leveringsgegevens. Dat is geen fatsoensregel maar een bouwsteen: er is geen plek in het grootboek waar een rekening staat, ook niet onder een nummer. Van je eigen mutaties krijg je een privébewijs dat ze goed in de som zijn meegeteld.

Wie het narekent, hangt af van de schaal. In een veldtest van tweehonderd huishoudens kan een gewoon lid de boeken niet zelf natellen, want de reeksen die je daarvoor nodig hebt wijzen precies die tweehonderd mensen aan. Daar doen een onafhankelijke auditor, minstens drie onafhankelijke getuigen die elk interval meetekenen, en een verificateur onder geheimhouding het werk. Wanneer de volledige publieke narekenbaarheid terugkeert hangt niet af van een aantal deelnemers maar van de spreiding van het bezit: pas als de grootste anonieme bezitspost twaalf maanden lang onder een vaste drempel blijft, mogen alle vier de kerngetallen weer naar buiten. Meer daarover in governance.

Die buitenstaanders hebben geen knop. Ze tekenen mee, mogen alarm slaan en publiceren, en verder niets. Wie mag ingrijpen kan namelijk ook gekocht worden. En ze krijgen geen inzage in alles: een medewerker kan technisch niet bij het dossier van zijn eigen huishouden, adres of eerstegraads familie, en een export in bulk vraagt twee handen.

Een gevonden fout moet naar buiten. Een verschil buiten de tolerantie mag niet worden weggepoetst: het gaat automatisch de openbare alarmen in, en het label springt op ondergedekt tot een externe audit de oorzaak publiceert. Een vindersvergoeding staat er bewust niet bij. Elke uitkering uit de reserve verlaagt de reserve, en aan de reserve mag alleen een vaste, korte lijst gebeurtenissen komen; een beloningspot erbij verzinnen zou dat slot openzetten voor een doel dat het niet nodig heeft.

En het kijken zelf staat ook onder toezicht. De bank weet meer van je dan je eigen bank: je geverifieerde identiteit, je meterreeksen, je leveringen. Daarom is elke raadpleging van een ledendossier herleidbaar tot een medewerker met naam, wordt zij vastgelegd in een log dat je niet ongemerkt kunt wijzigen, en krijg jij er binnen vijf dagen bericht van. Wie jouw huishouden, adres of eerstegraads familie deelt, kan er technisch niet bij. Dat staat hier tussen de architectuur en niet tussen de huisregels, omdat het een eigenschap van het systeem is en niet een belofte van een bestuur.

Straffen doet de bank niet. Dat ligt bij de rechter, volledig los van het systeem zelf. De bank meet en meldt; justitie oordeelt.

Wie controleert de bank?

3-Lagen Toezicht

Tik op een rol om te zien wat die doet.

De Bank: Meet uitsluitend energiestromen en publiceert data. De bank heeft nul geheimen en kan zichzelf nooit controleren.


Waarom valsspelen lastig is ​

Het net klopt altijd: geen kilowattuur uit het niets. De lagen controleren elkaar binnen een vooraf gepubliceerde tolerantie. Bijmaken kan, maar zakt zichtbaar in de dekkingsgraad; alleen de auditor ziet of de bank op de juiste waarde rekent.

Uitwerking

Geld bijmaken zonder stroom stuit hier op de natuurkunde, en dat is een strengere controleur dan welke toezichthouder ook.

Het net klopt altijd. Wat eruit gaat moet er ergens in zijn gegaan; een stroomnet balanceert continu. Er is geen kilowattuur die uit het niets verschijnt.

De lagen controleren elkaar. Wat de meters bij de mensen thuis optellen, moet overeenkomen met wat de provincie en het land meten. Er staat geen vast percentage in de regelset waarbinnen dat mag afwijken: de bank publiceert haar tolerantie vooraf, en die mag bij gelijkblijvende meters alleen strakker worden, richting één vast eindpunt dat de meetonzekerheid van haar eigen metervloot is. Loopt het daarbuiten, dan gaat er automatisch een onderzoek lopen. En slordig meten is geen uitweg: een ruimere tolerantie verlaagt meteen de gepubliceerde reserve, dus je maakt jezelf er alleen armer mee.

Bijmaken kan, stiekem bijmaken niet. Drukt de bank toch extra munten om iets te bekostigen, dan zakt de dekkingsgraad zichtbaar en krijgt de munt vanaf dat moment openbaar de status ondergedekt (in de volksmond: fiat). De markt past de koers aan, en federatiepartners rekenen af tegen die geauditeerde dekkingsgraad in plaats van tegen de nominale waarde. Het bedrog is niet verboden, het is moeilijker gemaakt: stil bijmaken zakt zichtbaar in de dekkingsgraad, maar een bank die de dekkingsgraad zélf op de afgeronde weergavewaarde van de reserve herrekent, publiceert precies hetzelfde soort getal als een eerlijke. Dat verschil ziet niemand van buitenaf; daar tekent de auditor apart voor.


Twee longen, één grammatica ​

Het netwerk ademt met twee longen die op het eerste gezicht niet samengaan. De ene verkoopt zekerheid, de andere vrijheid, en ze delen één taal.

De eerste long is het centrale systeem. Groot en formeel, met garanties: de basispuls komt, ook morgen. Sterk in stabiliteit, kwetsbaar doordat alles op één plek samenkomt.

De tweede long is de zwerm. Wijkcoöperaties en kleine netten, los van elkaar. Niemand kan die centraal uitzetten, maar ze kunnen ook niemand landelijke zekerheid beloven.

De decentrale bankrun en herkoppeling ​

Weglopen mag: raakt de centrale bank corrupt of kapot, dan draait de wijk op zichzelf door. Terugkomen mag ook, omdat iedereen dezelfde grammatica spreekt.

Uitwerking

Ze werken los van elkaar, maar spreken dezelfde grammatica: dekking op één kilowattuur per munt, openbare controle, en inwisselen tegen de meterstand. Doordat de taal gelijk is, kunnen ze uit elkaar en weer bij elkaar zonder vertaling.

Weglopen mag. Raakt de centrale bank corrupt, kapot of gehackt, dan halen mensen hun stroom eruit en laten ze de wijk op zichzelf draaien. Betalen en leveren in die wijk gaat gewoon door. Dat is geen noodgreep maar een ingebouwd recht: de bankrun is hier niet de ramp maar de nooduitgang.

Terugkomen mag ook. Omdat iedereen dezelfde grammatica spreekt, kan een losgeraakte wijk later weer aansluiten: bij een herstelde centrale bank, of bij een gloednieuwe die de mensen zelf oprichten.

Eén gedeelde grammaticaDekking · meting · afrekening
Samen organiseren

Het centrale systeem coördineert dekking, meting en de Basispuls. Wat het kan bieden, hangt af van beschikbare hernieuwbare energie.

Beeld van het ontwerp. Federatie heeft een aparte specificatie.

Beide longen zitten binnen CBER: zij verdelen wie wat regelt. De deur hieronder is geen derde long, maar de overgang naar andere munten.

De deur: de verbinding met andere munten ​

CBER is vrij verhandelbaar in het ontwerp. Wie CBER voor euro's koopt, koopt bestaande muntjes van een verkoper. Een wisseltransactie maakt zelf geen nieuwe CBER en verandert de energiereserve niet. Hetzelfde geldt bij handel met andere munten.

Er is geen voorwaarde dat een koper zonnepanelen heeft, energie afneemt of bij een energiebedrijf werkt. De munt kan ook worden aangehouden of gebruikt voor andere goederen en diensten. De kring van geïnteresseerden is dus breder dan de kring van energiegebruikers.

De koers ontstaat tussen kopers en verkopers. De bank belooft geen vaste europrijs of gegarandeerde koper. De deur moet de afspraken over koers, kosten, tegenpartijen en definitieve afwikkeling afzonderlijk uitwerken. Die wisselfunctie is nog niet gebouwd.

Een verkoper kan CBER accepteren voor een brood, laptop of reis. Dat speelt zich binnen af. Alleen wanneer er met een andere munt wordt afgerekend, ga je langs de deur.

Wat er over een grens gaat, en wat niet ​

Instances controleren elkaars sommen, nooit elkaars mensen: alleen totalen en handtekeningen steken over. Je inschrijving reist niet mee: per instance een nieuw stempel, en de stempellijst is nergens openbaar. De prijs: overstappen kost een nieuwe inschrijvingsronde.

Uitwerking

Federeren klinkt als "alles aan elkaar knopen". Dat is het hier niet, en die begrenzing zit in het ontwerp.

Instances controleren elkaars sommen, niet elkaars mensen. Twee instances die koppelen toetsen elkaars ondertekende totalen, vingerafdrukken en verklaringen, plus een steekproef door een auditor met beroepsgeheim. Gegevens op het niveau van een aansluiting, rekening of persoon gaan nooit een grens over: niet live, niet uit het archief, en ook niet als steekproef. Er is dus geen instance die in de meters van een andere instance kan kijken. Wat oversteekt zijn totalen en handtekeningen, en die zijn genoeg om te zien of iemand liegt over zijn dekking.

Je inschrijving reist niet mee. Het stempeltje waarmee "één mens, één vloer" wordt afgedwongen, geldt per instance en niet federatiebreed. Verhuis je naar een andere instance, dan schrijf je je daar opnieuw in met een nieuw stempel dat niet aan je oude te koppelen is, en je statushistorie gaat niet mee. Die stempellijst is trouwens nergens openbaar: van de lijst zijn alleen een ondertekende vingerafdruk, de verdeling van zekerheidsniveaus en wat aggregaten te zien. Een tweede inschrijving botst op een bewijs dat je er nog níet in staat, en daar is geen rondgestuurde lijst voor nodig.

Dat is een bewuste ruil, en de prijs staat erbij. Je levert de draagbaarheid van je inschrijving in: overstappen kost je een nieuwe inschrijvingsronde. Je krijgt ervoor dat er geen openbaar federatiebreed nummer bestaat dat je overal volgt. Eén eerlijke uitzondering: instances die de dubbelcheck draaien houden per persoon wel een versleutelde controlewaarde die over instances heen overeenkomt. Die wordt nooit gepubliceerd, verlaat de instance alleen binnen een protocol dat enkel ja of nee antwoordt, en wordt vernietigd zodra je vertrekt of zodra er een veiligheidsmarkering staat. Het is de laatste federatiebrede draad in dit ontwerp, en hij staat hier genoemd in plaats van ontkend.

Reacties op dit hoofdstuk

Breek het hier af, op de plek waar het hoort: onder het hoofdstuk dat het raakt. Anoniem mag. Draait op onze eigen server, zonder tracking.

CBER · Een open ontwerp van Bart Overkamp, Elon de Boer & Robin Genis.
Privacy · Begin