Wat ertegen in te brengen valt
Elke keuze in dit ontwerp sluit andere keuzes uit, en niet elke uitsluiting is vanzelfsprekend. Hier staat waarom het energie werd en geen goud, waarom geen waterstof, en waar het model gewoon tekortschiet. Wie het wil afbranden, begint hier.
Waarom geen goud, en geen mandje grondstoffen
Waarom geen goud?
Goud werkte eeuwenlang omdat het schaars is, niet vergaat en door iedereen werd aangenomen. Wij kiezen toch voor energie, omdat energie ergens voor dient.
Goud is, oneerbiedig gezegd, een steen met een kleurtje. Schaars, zeker, maar je warmtepomp draait er niet op en je telefoonnet blijft er niet mee in de lucht. Een kilowattuur doet dat allebei wel. Dat is het hele verschil: de een is zeldzaam, de ander is nodig.
Waarom geen grondstoffenmand?
Een mandje grondstoffen (olie, koper, graan, lithium) spreidt het risico, maar levert twee praktische problemen op: Het moet ergens liggen, en het bederft. Graan rot, olie veroudert, alles moet vervoerd en bewaakt worden. En geen twee eenheden zijn gelijk. Graan verschilt per oogst, olie per soort. Een kilowattuur is overal ter wereld exact dezelfde kilowattuur, en meteen te meten. Juist die eentonigheid maakt hem geschikt als maat.
Waarom geen waterstof, en geen uranium
Waarom geen waterstof?
Waterstof is geen bron maar een vat. Stroom omzetten naar waterstof en later weer terug kost je tot zeventig procent onderweg. Als maat voor geld is dat funest: je munt zou verdampen in het omzetten. Waterstof mag wel meetellen in de reserve, maar alleen voor wat er werkelijk uit terugkomt.
Waarom geen uranium?
Uranium bevat ongelooflijk veel energie per kilo, maar niemand heeft een reactor in de schuur. Een reserve van uranium is per definitie een reserve van een handjevol partijen, en dan is de gedeelde rekening geen gedeelde rekening meer.
Waarom niet gewoon fiat, bitcoin of een digitale euro
Waarom niet volledig fiat?
Fiatgeld draait op schuld en vertrouwen. Zolang beide houden gaat het goed. Maar zonder anker groeit de geldhoeveelheid mee met de leningen, stapelen de schulden zich op, en komt er periodiek een crisis waarin blijkt dat het er niet is.
Waarom geen Bitcoin?
Bitcoin introduceert digitale schaarste via cryptografische algoritmen en bewijst dat een decentraal grootboek kan functioneren. Bitcoin heeft echter twee fundamentele nadelen: Bitcoin verbrandt energie om schaarste te maken. De stroom gaat erin en komt er als warmte weer uit; er blijft niets van over. Wij slaan diezelfde stroom juist op. Hetzelfde middel, tegenovergestelde richting.
En een bitcoin geeft je niets in handen. Valt het net uit, dan heb je een saldo en verder niets. Een CBER-munt is een claim op stroom die in de accu op de hoek ligt: die geeft licht, ook als de rest stilvalt.
Waarom geen CBDC (Central Bank Digital Currency)?
Een digitale euro maakt het bestaande geld digitaal en zet de overheid dichter op je uitgaven. Aan de dekking verandert niets: het blijft schuldgeld zonder onderpand, alleen beter zichtbaar voor wie meekijkt.
Waarom niet geankerd op verbruik?
Je zou de munt ook kunnen koppelen aan stroom die verbruikt is, in plaats van aan stroom die opgeslagen ligt. Dat klinkt directer, want verbruik is waar het uiteindelijk om gaat. Toch loopt het op vier punten vast.
Dan drukt verspilling geld. Ontstaat een munt bij verbruik, dan schept verbruiken geld: laat een terrasverwarmer een nacht loeien en er verschijnt geld. Dat is precies omgekeerd aan wat dit systeem wil. Nu geldt het andersom: opwek schept, verbruik vernietigt, en de zuinigste burger is niet de armste.
Een claim op verbruikte stroom is een claim op niets. Verbruikte stroom is weg: warmte geworden en over de daken verdwenen. Een bonnetje voor iets dat gisteren is opgegaan, is geen dekking maar een herinnering. Daarmee ben je terug bij geld dat bestaat omdat we afspreken dat het bestaat, en dat is precies waar we vandaan kwamen.
De dekkingsgraad wordt onbruikbaar. Nu is dekking een voorraad gedeeld door claims: kilowattuur gedeeld door kilowattuur, een zuiver getal. Maak van de reserve een stroom en je deelt kilowattuur-per-interval door kilowattuur. De uitkomst verandert dan zodra je het interval anders kiest: meet per kwartier en je dekking is een andere dan wanneer je per dag meet, zonder dat er één elektron verschuift. Zo'n meter is te sturen door wie de intervallengte vaststelt, en dat is precies de soort knop die hier niet mag bestaan.
En de nooduitgang zou dichtvallen. Een wijk die zich afkoppelt neemt haar claims mee en zet ze om in stroom die er ligt (zie architectuur). Op een claim op verbruik valt niet weg te lopen, want er is niets om mee te nemen. Het anker en het recht om te vertrekken hangen samen: zonder voorraad is er geen uitgang, en zonder uitgang is er geen tegenwicht tegen wie aan de knoppen zit.
Wat het afschaffen van schuld kost
Geen leningen, geen afbetalingen, geen hypotheken: dat haalt een hoop ellende weg, maar het kost ook iets. Vijf dingen die wij zelf de zwakste plekken van dit ontwerp vinden.
Sparen leidt naar een markt die nergens aan vastzit. De lekkage duwt iedereen die spaart richting een aandeel in opwek. Zo'n aandeel is waard wat iemand ervoor geeft, en er staat structureel koopdruk op omdat sparen nergens anders kan. Dat is hoe een zeepbel ontstaat. Wat het dempt: de opbrengst van elke molen staat openbaar in het grootboek, dus wie te veel betaalt moet een getal negeren dat op dezelfde pagina staat als de prijs. Wat het niet doet, is het onmogelijk maken.
Voor onvoorziene uitgaven is geen goede plek. De afschrijving op een wasmachine en een kapotte cv-ketel passen in geen van de routes: vooruitbetalen kan niet want je weet niet wanneer, en een aandeel verkopen moet dan net op het verkeerde moment. Wat overblijft is geld laten staan, en dat lekt. Abonnementsvormen vangen een deel op, maar niet alles.
Wie op de vloer leeft, valt buiten sparen én krediet. Zonder luxe-inkomen is er niets om op te bouwen, en de vloer kun je niet verpanden omdat hij niet-afpakbaar moet blijven. Die bescherming en die uitsluiting zijn hetzelfde mechanisme. Voor deze groep is de dienstenroute niet een van de mogelijkheden maar de enige, en dat maakt hem dragender dan ons lief is.
Productie op klantgeld is kwetsbaar in een dip. Zonder banken die krediet verstrekken, financieren vooruitbetalende klanten de productie. Zodra mensen onzeker worden stoppen die betalingen meteen, precies wanneer het al slecht gaat. Bankkrediet kan daar in theorie tegenin gaan, klantgeld niet. Het risico verdwijnt ook niet, het verhuist van professionals naar mensen die het slechter kunnen inschatten.
En de overgang raakt huizenbezitters hard. Verdwijnt de hypotheekmarkt, dan kosten huizen niet meer wat er geleend kan worden maar wat mensen kunnen betalen. Dat scheelt geen paar procent. Wie vandaag een huis met schuld heeft ziet de waarde zakken terwijl de schuld blijft staan: onder water, niet kunnen verhuizen, en bij verkoop een restschuld die nergens heen kan. Dat overkomt een hele generatie tegelijk, en het overkomt juist de mensen die precies deden wat hun werd aangeraden. Dit is politiek het zwaarste onderdeel van het hele plan. Wij hebben er geen nette oplossing voor en denken dat die ook niet bestaat zonder dat iemand de rekening krijgt. Wie beweert van wel, moet erbij zeggen wie er dan betaalt.
De eerlijke schaalvraag
Hoeveel geld past hier eigenlijk in? Reken mee, dan kan niemand anders deze som tegen ons gebruiken.
- 1 CBER = 1 kWh bij volledige dekking, dus één gigawattuur opslag draagt precies 1 miljoen CBER aan volledig gedekte munt.
- Nederland heeft vandaag, orde van grootte, enkele gigawatturen aan batterijopslag (netbatterijen plus thuisaccu's), en geen stuwmeren. Volledig gedekt is dat een muntvoorraad van enkele miljoenen kWh-claims: bij een energiewaarde van pakweg een kwartje per kWh is dat rond een miljoen euro aan gedekte koopkracht.
- De girale geldhoeveelheid van Nederland bedraagt honderden miljarden euro's. Het gat is dus vijf tot zes ordes van grootte.
Wat betekent dat? Drie dingen, en geen ervan is een doodvonnis:
- CBER begint als gemeenschapsgeld naast de euro, niet als vervanger van M1. Fase 0 naast de euro is het eindbeeld in het klein, en dat is op wijk- en gemeenteschaal vandaag al haalbaar.
- De meter klimt zo snel als de bouw. Elke verdubbeling van opslag verdubbelt de maximaal gedekte geldhoeveelheid, en batterijprijzen dalen al jaren met dubbele cijfers. Het gat is geen muur maar een decennialange helling, precies zoals het tien-jaar-pad zegt.
- Dekking is geen alles-of-niets. Een munt die 1:1 gedekt is voor duizend huishoudens is écht geld met een échte garantie, hoe klein het totaal ook is naast de euro.
De belofte was nooit "morgen vervangen we de euro"; de belofte is een meter die eerlijk klimt. Wie deze rekensom als aanval wil gebruiken, komt te laat: hij staat hier al.
Welke risico's blijven bestaan
- Opslag kan kapot. De reserve ligt in echte stations en echte accu's, verspreid over de kaart. Verspreid is niet hetzelfde als veilig: sabotage, diefstal en storm komen er allemaal bij. Het ontwerp is redundant, maar sloop er genoeg van en het geld is diezelfde dag minder waard.
- Accu's slijten. Opslag gaat achteruit, dus de reserve moet eeuwig worden bijgevuld en vervangen. De lekkage-taks verdeelt die kosten over de claimhouders. Het is geen eenmalige rekening, hij blijft komen.
- Alles draait op elektronica. De controle hangt aan sensoren, slimme meters en cryptografie. Een grote elektromagnetische puls, of een serieuze breuk in het internet, laat het grootboek een tijd lang niets kunnen bewijzen.
Wat de privacyherbouw heeft gekost
De privacylaag is in een adversariële toetsing volledig verworpen en opnieuw opgebouwd. Dat leverde betere bescherming op, maar het kostte ook iets, en die prijs staat hier omdat hij waar is en niet omdat hij goed klinkt.
Een gewoon lid kan de boeken niet meer zelf narekenen. De reeksen die je nodig hebt om te controleren dat er geen munt uit het niets komt, zijn op deze schaal precies de reeksen die mensen aanwijzen. Wie kan aftrekken, ziet aan een dalend totaal dat er iemand is vertrokken. Dus zijn die reeksen eruit gehaald, en daarmee ook de mogelijkheid om het zelf na te rekenen. Op deze schaal doen de auditor, de medeondertekenende getuigen en een onafhankelijke verificateur onder geheimhouding dat werk. Dat is een echte terugtocht: "iedereen kan het narekenen" was een van de mooiste beloftes van dit ontwerp, en op dorpsschaal is zij niet houdbaar. Wanneer zij terugkeert hangt overigens niet af van een aantal deelnemers. De regel kijkt naar de spreiding van het bezit: pas als de grootste anonieme bezitspost twaalf maanden lang onder een vaste drempel blijft, mogen alle vier de kerngetallen weer naar buiten.
Een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) is toelatingseis. Geen instance mag beginnen zonder. Dat is geen formaliteit: zolang niet vaststaat wat er precies in het grootboek wordt geschreven, kan niemand er een privacyoordeel over vellen, ook een toezichthouder niet.
En waarschijnlijk moet de toezichthouder er eerst naar kijken. De eigen effectbeoordeling komt tot de conclusie dat het restrisico na maatregelen hoog blijft, vooral omdat vrijwel alle maatregelen vandaag als zin bestaan en niet als voorziening. Dan is voorafgaande raadpleging van de Autoriteit Persoonsgegevens aannemelijk verplicht, en die moet zijn afgerond vóór de eerste inschrijving. Reken op maanden. Dat hoort dus vooraan op het pad te staan en niet achteraan.
En zolang de veiligheidsroute niet echt bestaat, mag een instance er niemand op laten leunen. De route voor mensen in gevaar is normatief voorgeschreven, maar er is geen geaccrediteerde instantie gecontracteerd en de uitbetaling zonder aansluiting is nergens doorlopen. Daarom geldt een wervingsverbod: geen deelnemers werven of inschrijven onder mensen met een geheim adres, tot beide voorzieningen aantoonbaar draaien. Een regelset mag alleen routes eisen voor mensen in gevaar als zij ook verbiedt erop te leunen voordat ze werken.
Wat de laatste twee ronden er nog bij hebben gekost
Dit staat er los bij omdat het jonger is, en omdat een externe lezer het anders zelf vindt en dan terecht denkt dat het is weggeschreven.
Het aantal munten is helemaal van de publieke set af. Niet alleen per interval: ook niet als jaarcijfer, niet als bandbreedte en niet als orde van grootte. Zelfs de jaarlijkse groeivoet is geen vaste publicatie meer, want die reconstrueert samen met de gepubliceerde quota het jaartotaal aan afgerekende aanspraken. Wat je terugkrijgt is een percentage plus een handtekening.
Het aantal gemiste leveringen wordt in geen enkele vorm meer gepubliceerd. Dat is een echte teruggang in publieke verantwoording, en wel op precies het cijfer waarmee je een bank op haar beloftes afrekent. De reden is dat het cijfer in een dorp naar personen wijst. Het gaat wel ondertekend naar de auditor en de getuigen.
De naar boven afgeronde wachtrij is sneller te inverteren dan de oude. Naar boven afronden is een monetaire keuze: het maakt de dekking nooit mooier dan zij is. Maar het maakt de reeks ook makkelijker terug te rekenen dan naar beneden afronden zou doen. Dat is de ene plek waar een privacyregel het verliest van een monetaire, en dat is een keuze en geen toeval.
Het label kan op ondergedekt staan terwijl de dekkingsgraad boven de één is. Dan weet iedereen dat er ergens een levering is gemist. Dat is precies de bedoeling voor de verantwoording, en tegelijk lekt het in een kleine gemeenschap iets over wie er op stroom stond te wachten. Beide dingen zijn waar.
En twee stoelen blijven leeg. Er is geen specialist statistische openbaarmakingsbeheersing bij geweest die kan zeggen hoeveel publicaties het kost om het muntentotaal alsnog terug te rekenen; de gekozen veiligheidsmarges zijn dus verdedigbare ondergrenzen en geen bewezen parameters. En er is geen registeraccountant of toezichthoudersjurist bij geweest die kan zeggen wat de attestatie waarop dit alles nu rust precies aan werk vergt, en of een toezichthouder haar accepteert. Dat zijn de twee vragen die een externe vakman als eerste stelt, en het antwoord is: wij weten het niet.
Welke problemen dit niet oplost
- De prijs van al het andere. Eén munt blijft gekoppeld aan de kilowattuur. Wat brood, een huis of een uur werk kost, ligt daarmee niet vast. Die prijzen blijven bewegen met de markt en met schaarste waar niemand over gaat.
- Politiek. Dit is een grammatica voor geld, geen staatsvorm. Het houdt slechte wetten niet tegen en het houdt landen niet uit de ruzie. Wel maakt het een oorlog betalen door stilletjes bij te drukken een stuk lastiger.
- Ongelijk bezit. Wie meer opslag of meer opwek bezit, verdient meer Luxe-capaciteit, dus verschillen in vermogen blijven. Wat het systeem bewaakt is de bodem: de Basispuls komt onvoorwaardelijk, voor iedereen.
- Pseudonimiteit is zwak op kleine schaal. In een dorp van tweehonderd huishoudens kan een openbaar totaal al iets over een enkeling verraden: wie kan aftrekken, ziet aan een dalend getal dat er iemand vertrokken is. De regelset schrijft daarom drempels en onderdrukking voor, maar drempels beschermen tegen aanwijzen en niet tegen aftrekken in de tijd bij een populatie die elkaar kent. Zekerheid op dorpsschaal is er niet, en dat hoort er eerlijk bij te staan.
- Dwang binnenshuis. De gevaarlijkste tegenstander zit vaak in hetzelfde huis. Een systeem dat een bestaansminimum uitkeert en verhuizingen zichtbaar maakt, kan iemand die vlucht juist vastzetten. De regelset schrijft daarvoor nu een veiligheidsroute voor: onmiddellijk verplaatsen van uitbetaling én sleutels, geen aankondiging, en naar buiten blijft het oude beeld staan. Gebouwd is die route niet, en dat blijft de zwaarste openstaande kwestie in het ontwerp. Wat er precies is voorgeschreven en waar je terechtkunt, staat in de privacyverklaring en in dagelijks leven.